werpen
/ˈwɛrpə(n)/
Wat is de betekenis van werpen?
werpen betekent: (ov) met een krachtige zwaai van de arm iets uit de hand naar iets of iemand heen laten gaan
Betekenis
werkwoord
- (ov) met een krachtige zwaai van de arm iets uit de hand naar iets of iemand heen laten gaan
- (ov), (dierkunde) (van zoogdieren) ter wereld brengen, baren
Voorbeelden van "werpen" in een zin
- Hij wierp de bal naar de andere kant van het veld.
- Gespannen zette ik mijn tent op: om mezelf af te leiden en dieren af te schrikken begon ik hard te fluiten en ik wierp af en toe een blik op de brede vallei onder me.
- In de melkveehouderij laat de boer zijn melkkoeien regelmatig jongen werpen, zodat de moederkoeien melk blijven geven.
- ' Als er iets gebeuren zou, hij zou gemakkelijk de kast omver kunnen werpen en weglopen voor zij hem iets konden doen.
Etymologie
:: "vrěšti"
Uitdrukkingen
- de handdoek in de ring werpen
- de teerling is geworpen
- De eerste steen werpen — de eerste zijn met beschuldigingen
- De kolf naar de bal werpen — het opgeven, de moed verliezen
- De lont in het kruit werpen — mensen laten loskomen, opstoken
- Geld in 't water werpen ( of smijten) — het geld onnut uitgeven, het verspillen aan een roekelooze of dwaze onderneming
- Goed geld naar kwaad geld gooien (werpen, smijten) — nutteloze kosten maken voor een doel, waarvan men voorzien kan dat het niet te bereiken is
- Iemand iets voor de voeten werpen — iemand beschuldigen van iets
Vertalingen
Engelsthrow, bear
Fransjeter, lancer, enfanter
Duitswerfen, gebären
Spaanslanzar, parir
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek