graan
onzijdig (het)/ɣran/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- verzamelnaam voor eenzaadlobbige grassoorten
- het zaad van graan
Etymologie
* Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘zaadkorrel, koren’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1240
Vertalingen
Engelscereal, grain
Franscéréale, grain
DuitsGetreide
Spaanscereal
Italiaanscereale
Portugeesmilho, grão
Japans穀物
Poolszboże
Zweedsspannmål
Deenskorn
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek