grammaire

vrouwelijk (de)/ɡrɑˈmɛːr/

Wat is de betekenis van grammaire?

grammaire betekent: (taalkunde) beschrijving van het geheel van regels en principes voor het spreken en schrijven van een bepaalde taal

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. taalkunde (taalkunde) beschrijving van het geheel van regels en principes voor het spreken en schrijven van een bepaalde taal

Voorbeelden van "grammaire" in een zin

  • De XXI in deze grammaire bijeengebrachte "Spreekwoorden" komen hoofdstuk XXI, bl. 79 en 80, voor, en zijn aangewezen met den naam "Zwitzers".
  • Ik geef er ook niet om of de zinnen rondloopen - gekheid. 't Hart heeft geen grammaire - houd me in godsnaam niet voor 'n schoolmeester.

Etymologie

*van "grammaire"