granaatappelboom
mannelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (bloemplanten) , een tot zes meter hoge struik uit de kattenstaartfamilie (Lythraceae) dan wel de familie Punicaceae (orde is in revisie) met lange, doornige takkenDe eerste afbeeldingen van de granaatappelboom zijn gevonden op grafschilderingen van de Egyptenaren van 2500 voor Christus.
Vertalingen
Engelspomegranate tree, pomegranate
Spaansgranado
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek