granaatscherf

mannelijk/vrouwelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. deel van een projecties dat ontstaat na het ontploffen van dat projectiel
    Hij had de granaatscherf waardoor een adjudant, die naast de opperbevelhebber stond, gedood was, opgeraapt en had die scherf aan de commandant gebracht.
    Dole diende in het Amerikaanse leger ten tijde van de Tweede Wereldoorlog en vocht onder meer in Italië. Daar raakte hij in 1945 dusdanig gewond door een granaatscherf dat zijn medesoldaten hem op het slagveld achterlieten, in de veronderstelling dat hij dood was.

Vertalingen

Engelsshrapnel, shell splinter, piece of shrapnell