grappenmakerij

vrouwelijk (de)/ˌɣrɑpə(n)ˌmakəˈrɛi/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. mensen met uitlatingen en handelingen aan het lachen maken
  2. figuurlijk (figuurlijk) onvoldoende doeltreffend of zelfs schadelijk handelen dat de indruk wekt dat een toestand niet voldoende ernstig wordt opgevat

Etymologie

*Samenstellende afleiding van grap en maken

Vertalingen

Spaanscachondeo