grappenmakerij
vrouwelijk (de)/ˌɣrɑpə(n)ˌmakəˈrɛi/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- mensen met uitlatingen en handelingen aan het lachen maken
- (figuurlijk) onvoldoende doeltreffend of zelfs schadelijk handelen dat de indruk wekt dat een toestand niet voldoende ernstig wordt opgevat
Etymologie
*Samenstellende afleiding van grap en maken
Vertalingen
Spaanscachondeo
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek