woorden
boek
Start
›
G
›
graspol
graspol
mannelijk/vrouwelijk (de)
/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
samengegroeid klompje gras
Een kraanvogelpaar maakt een nest in een graspol te midden van een moeilijk bereikbaar moeras.
Verwante woorden
gras
grasaap
grasachtig
grasachtige
grasafval
Grasakker
grasbaan
grasbaanrace
grasbaanraces
grasband
grasbanden
grasbanen
Bron:
OpenTaal
&
WikiWoordenboek
← graspleinen
graspollen →