gravel

/ˈɡrɛvəl/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. sport (sport) roodkleurig steengruis dat in de 20e eeuw veel werd gebruikt voor de verharding van tennisbanen en atletiekbanen
    Hij speelt eigenlijk altijd het liefst op gravel.
  2. verkeer (verkeer) steengruis gebruikt om wegen en paden te verharden
    {{ouds

Etymologie

*van "gravel" "steengruis gebruikt als wegverharding of ballast" (maar niet met de betekenis "tennisondergrond"); in het Nederlands met de betekenis van ‘dakpannengruis als bestrating’ voor het eerst aangetroffen in 1914

Vertalingen

Engelsclaycourt, clay
Fransterre battue