grijsheid

vrouwelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. het grijs zijn als teken van saaie, uniforme, kleurloze lelijkheid
    Dankzij de creatieve optelsom van Architecten Cie en kunstenaar Hugo Kaagman krijgt onze stad er een attractie bij. Industriële grijsheid maakt plaats voor iets waarvan je op voorhand al kan zeggen: dit is bijzonder, en dat is het.: een Delfts blauwe stadshaard. Tubantia 16-10-09 [https://www.tubantia.nl/enschede-e-o/delfts-blauw-warm-en-uniek~a18676d8/ Delfts, blauw, warm en uniek]
    Klapstuk, qua omvang en grijsheid, zijn de balkons van het appartementencomplex aan de zijkant. Ze slaan niet alleen het gebouw zelf dood, ze ontnemen ook de achterliggende woningen alle ruimte en licht. Onbegrijpelijk, zoals eigenlijk zoveel aan Cascade onbegrijpelijk is. Tubantia 27-04-13 [https://www.tubantia.nl/maaiveld/fort-enschede~a7389f34/ Fort Enschede]
    Van het westelijke Edirne tot Van in het uiterste oosten van Turkije schilderen Turken momenteel trappen in felle kleuren. De 'regenboogtrappen' zijn veranderd van een project ter 'verfraaiing' van het straatbeeld in een actie van verzet tegen de grijsheid en uniformiteit van de staat. Tubantia 04-09-13 [https://www.tubantia.nl/buitenland/turkije-bezaaid-met-regenboogtrappen~a4b8b48d/ Turkije bezaaid met regenboogtrappen]
  2. de ouderdom die gepaard gaat met grijs haar

Etymologie

* afleiding van gras

Vertalingen

Engelsachromatism, dullness, monotony