kleurloosheid
vrouwelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- het kleurloos zijnDe kleurloosheid van de bescheiden pubers zorgde ervoor dat ze niet opvielen in de klas.
Etymologie
* afgeleid van kleurloos
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek
* afgeleid van kleurloos