grit
onzijdig (het)/ɣrɪt/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- schelpengruis (bijv. als bijvoer voor kippen)
- gruis (van kleine steentjes) wat ter absorptie wordt gebruikt of om mee te zandstralen
zelfstandig naamwoord
- (steltloperachtigen) bepaald soort vogel,
Etymologie
* [B] uitspraakvariant van "griet" in streektalen
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek