groentemix

mannelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. mengsel van verschillende groentes
    Nadat Richard zijn baan als stratenmaker door een ruzie kwijtraakte, kwam hij bij Millers terecht. „Dat was leuk. Van m’n stiefvader had ik al geleerd hoe je roerbak maakt. Nu weet ik ook hoe je een seizoensmenu met heekfilet, Hollandse garnalensaus en een groene groentemix bereidt.”
    Tekenend is het voorbeeld dat ze in het voorwoord geeft. Luiten stuitte op een receptkaart van maaltijdkippensoep. De werkwijze? Meng een pot kippenbouillon met een zakje mix voor kip-kerrie, een zak voorgesneden groentemix, rijst, kipfilet en linzen, laat 15 minuten pruttelen en pureer. Hoezo zelfgemaakt?