grondlegger

mannelijk (de)/ˈɣrɔntlɛɣər/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. oprichter, stichter, iemand die ergens de basis van gelegd heeft.
    Niels Bohr is de grondlegger van de kwantummechanica
    Scrambler vertelde dat hij erg geïnspireerd was door de legendarische Grandma Gatewood, de grondlegger van de ultra-light beweging, om met een zo licht mogelijke uitrusting te lopen.

Etymologie

* van grondleggen

Vertalingen

Engelsfounder
Fransfondateur
DuitsGründer
Spaansfundador