Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.
grootbekken
/plaatshouder taxonomie/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (straalvinnigen) een familie van vissen uit de orde van baarsachtigen (). Grootbekken worden in kustwateren rond Amerika, West-Afrika en de Indo-Pacifische wateren aangetroffen en zijn alle zoutwatervissen
Etymologie
* "grootbek" met de uitgang -en
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek