grootouders
ˈɣrotɑudərs
Wat is de betekenis van grootouders?
grootouders betekent: meervoud van het zelfstandig naamwoord grootouder
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- meervoud van het zelfstandig naamwoord grootouder
Voorbeelden van "grootouders" in een zin
- Later in de maand februari mochten mijn grootouders met hun gezin terug naar hun huis in Bleskensgraaf.
- Mijn grootouders bijvoorbeeld hadden nauwelijks te eten tijdens de hongerwinter.
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek