grootvader

mannelijk (de)/ˈɣroːtˌfaːdər/

Wat is de betekenis van grootvader?

grootvader betekent: (familie) de vader van een ouder

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. familie (familie) de vader van een ouder

Voorbeelden van "grootvader" in een zin

  • Na school ging de jongen altijd bij zijn grootvader langs.

Betekenis en uitleg van grootvader

Een grootvader is de vader van je moeder of vader, en speelt vaak een belangrijke rol in het leven van zijn kleinkinderen. Hij kan een bron van wijsheid en ervaring zijn, en brengt vaak verhalen en tradities van vroeger mee.

Het woord 'grootvader' wordt vaak gebruikt in de context van familie en relaties. Je spreekt het aan als je het hebt over je eigen grootvader of die van iemand anders. Het kan ook een warme, nostalgische betekenis hebben, vooral wanneer je denkt aan de momenten die je samen hebt doorgebracht.

Voorbeelden

  • Mijn grootvader vertelde altijd spannende verhalen over zijn jeugd tijdens de oorlog.
  • Op zondag gaan we vaak bij mijn grootvader op bezoek voor een gezellig samenzijn.
  • Ze heeft de recepten van haar grootvader geërfd en bakt nu elke zondag zijn beroemde appeltaart.

Woordoorsprong

Het woord 'grootvader' is samengesteld uit 'groot', wat een aanduiding is voor ouderdom of groter dan normaal, en 'vader', wat verwijst naar de mannelijke ouder. Dit laat zien dat het een familierelatie betreft die van generatie op generatie gaat.

Veelgestelde vragen over grootvader

Wat is de betekenis van grootvader?

grootvader betekent: (familie) de vader van een ouder

Welk woordgeslacht heeft grootvader?

grootvader is een mannelijk (de).

Wat zijn synoniemen van grootvader?

Synoniemen van grootvader zijn: opa.

Hoe gebruik je grootvader in een zin?

Voorbeeld: “Na school ging de jongen altijd bij zijn grootvader langs.

Etymologie

* In de betekenis van ‘vader van iemands vader of moeder’ voor het eerst aangetroffen in 1545

Vertalingen

Engelsgrandfather
Fransgrand-père, aïeul
DuitsGroßvater, Opa
Spaansabuelo
Italiaansnonno
Portugeesavô
Russischдед, дедушка
Chinees爺爺, 爷爷, 外公
Japansお爺さん
Koreaans할아버지
Arabischجد
Turksdede
Poolsdziadek
Zweedsfarfar, morfar
Deensbedstefader, bedstefar