opa

/ˈopa/

Wat is de betekenis van opa?

opa betekent: (familie) de vader van een ouder

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. familie (familie) de vader van een ouder

Voorbeelden van "opa" in een zin

  • Na school ging de jongen altijd bij zijn opa langs.
  • 'Je was négen toen hij overleed ' 'Blijkbaar vond opa dat je nooit te jong kon zijn om belangrijke zaken te leren,' zegt Nikki leep, een uitspraak die de gemoederen aan tafel een beetje bedaart, want er wordt zowaar weer wat geglimlacht.
  • Er was niets aan te doen, hoe lief we opa ook tegen haar hoorden praten.

Betekenis en uitleg van opa

Opa is de liefdevolle en vaak gezellige benaming voor de vader van je ouder. Hij staat vaak symbool voor wijsheid, ervaring en een warme band met zijn kleinkinderen, die zijn verhalen en aandacht waarderen.

Het woord 'opa' wordt meestal gebruikt in een informele en vertrouwde setting, vaak binnen de familie. Het roept beelden op van samen tijd doorbrengen, spelletjes spelen of genieten van een kopje koffie samen. De relatie met een opa is vaak bijzonder, omdat hij vaak een belangrijke rol speelt in de opvoeding en het leven van zijn kleinkinderen.

Voorbeelden

  • Mijn opa vertelde altijd de leukste verhalen over zijn jeugd.
  • We gaan dit weekend naar opa om zijn 80ste verjaardag te vieren.
  • Opa heeft me geleerd hoe ik moet fietsen zonder zijwieltjes.

Woordoorsprong

Het woord 'opa' is een verkleinwoord en komt van het Duitse 'Opa', dat op zijn beurt weer is afgeleid van het Oudhoogduitse 'uoba', wat ook 'vader' betekent.

Veelgestelde vragen over opa

Wat is de betekenis van opa?

opa betekent: (familie) de vader van een ouder

Wat zijn synoniemen van opa?

Synoniemen van opa zijn: grootvader.

Hoe gebruik je opa in een zin?

Voorbeeld: “Na school ging de jongen altijd bij zijn opa langs.

Etymologie

* In de betekenis van ‘grootvader’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1897

Vertalingen

Engelsgrandfather
Fransgrand-père
DuitsGroßvater, Opa
Spaansabuelo
Italiaansnonno
Portugeesavô
Russischдед, дедушка
Chinees爺爺, 爷爷, 外公
Japansお爺さん
Koreaans할아버지
Arabischجد
Turksdede
Poolsdziadek
Zweedsmormor, farfar, morfar
Deensbedstefader, bedstefar