gutsen

/ˈɣʏtsə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. ov (ov) met een guts bewerken
    De gespleten stukken riet werden eerst gegutst en daarna begon het snijwerk.
  2. erga (erga) met grote golven naar buiten stromen
    Het bloed was al enige tijd uit de wond gegutst, voordat de arm afgebonden kon worden.

Etymologie

* In de betekenis van ‘in stromen neervloeien’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1659