gymnastiek

vrouwelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. sport (sport) oefeningen voor de gezondheid van een mens
    Mijn oma deed iedere morgen aan gymnastiek.

Etymologie

* Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘lichaamsoefeningen’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1840

Vertalingen

Engelsgymnastics
Fransgymnastique
DuitsGymnastik
Spaansgimnasia
Italiaansginnastica
Portugeesginástica
Zweedsgymnastik