haagdoorn
mannelijk (de)/ˈhaɣdorᵊn/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (bloemplanten) benaming voor planten uit het geslacht , veel gebruikt als heg
Etymologie
*(erfwoord) via Middelnederlands "hagedorn" / "haghedorn" van Oudnederlands "haginthorn", in de betekenis van ‘heestergeslacht’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 901; op te vatten als
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek