Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.
haagpreek
mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈhaxprek/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (religie) (verouderd) predicatie in het open veld in de eerste tijd van de Reformatie{{ouds|1935/46
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek