hagenpreek

mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈhaɣə(n)ˌprek/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. religie (religie) een predicatie in het open veld in de eerste tijd van de Reformatie
    Hagenpreken bij het Menno Simons-monument. Daarvan droomt de Stichting Doopsgezinde Monumenten Friesland. En als het gedenkteken is opgeknapt, kan Witmarsum een bedevaartsoord worden.NRC Lisette Douma 9 september 2004
  2. religie (religie) meer in het algemeen: religieuze toespraken buiten een kerkgebouw (en vaak ook buiten de stad of het dorp)