Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.
haagse iep
mannelijk (de)/plaatshouder taxonomie/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (bloemplanten) een hybride cultivar die behoort tot de iepenfamilie (). Het gaat om een kruising van de Siberische iep () en de Hollandse iep (Ulmus ×hollandica ‘Belgica’). , directeur van de , kweekte de boom in 1936, in de hoop dat deze de gevreesde iepenziekte zou weten te weerstaan. De Haagse iep is weinig resistent tegen iepziekte en wordt nog steeds aangeplant, onder meer in Amsterdam en Den Haag
Etymologie
* (coll)
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek