haard

mannelijk (de)/hart/

Wat is de betekenis van haard?

haard betekent: (wonen) plaats in de woning bedoeld om er een vuur te branden

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. wonen (wonen) plaats in de woning bedoeld om er een vuur te branden
  2. figuurlijk (figuurlijk) plaats van waaruit zich een ziekte of andere ramp verspreidt

Voorbeelden van "haard" in een zin

  • Hij warmde zijn koude handen bij de haard.
  • De haard is aangestoken en het vuur brandt fel en verkwikkend op de haardijzers.
  • De haard van deze aardbeving bevond zich recht onder die stad.

Etymologie

*van Middelnederlands "hert", in de betekenis van ‘stookplaats’ aangetroffen vanaf 1350

Uitdrukkingen

  • Eigen haardThuis, gezin en woning
  • Van huis en haard verdreven zijnDakloos geworden zijn
  • Huis en haard verlatenuit de eigenwoning gaan
  • Een man zonder vrouw is een haard zonder vuur.Een man moet een vrouwelijke partner hebben
  • Bij andermans haard is het goed warmen.Bij iemand anders welkom zijn

Vertalingen

Engelshearth, firebox, focus
Fransfoyer, âtre
DuitsHerd
Spaansfogón, hogar, foco