haas
Wat is de betekenis van haas?
haas betekent: (haasachtigen) benaming voor dier uit het geslacht , met lange achterpoten, een gespleten lip en lange oren
Betekenis
- (haasachtigen) benaming voor dier uit het geslacht , met lange achterpoten, een gespleten lip en lange oren
- (Nederland, België) (Europese haas)
- , (voeding) een malse magere spier onder de lenden van slachtdieren
- (sport) (figuurlijk) deelnemer die in het eerste deel van een race bewust een hogere snelheid aanhoudt dan hij kan volhouden, zodat het tempo van de race gunstiger is voor een of meer betere deelnemers
Voorbeelden van "haas" in een zin
- Er zat een haas in het veld.
- Biefstuk van de haas.
Betekenis en uitleg van haas
Een haas is een snel en behendig zoogdier dat vaak in het wild voorkomt. Ze zijn bekend om hun lange oren en sterke achterpoten, waardoor ze razendsnel kunnen wegrennen wanneer ze zich bedreigd voelen.
Het woord 'haas' wordt vaak gebruikt in de context van de natuur en dierenobservatie. Daarnaast kan het ook figuurlijk worden gebruikt om iemand te beschrijven die snel handelt of zich gehaast voelt. In gesprekken over jagen of natuurbehoud kan de haas ook een symbool zijn voor kwetsbaarheid en de noodzaak van bescherming.
Voorbeelden
- De haas sprong snel over het pad toen we door het bos fietsten.
- In de lente kunnen we vaak jonge hazen zien dartelen in de velden.
- Met een haas in de achtertuin kreeg ik meteen zin om te gaan fotograferen.
Woordoorsprong
Het woord 'haas' is afgeleid van het Oudnederlands 'hasa', wat verwant is aan vergelijkbare woorden in andere Germaanse talen.
Veelgestelde vragen over haas
Wat is de betekenis van haas?
haas betekent: (haasachtigen) benaming voor dier uit het geslacht , met lange achterpoten, een gespleten lip en lange oren
Hoeveel betekenissen heeft haas?
haas heeft 4 verschillende betekenissen in het Nederlands. Zie hierboven voor alle definities.
Welk woordgeslacht heeft haas?
haas is een mannelijk (de).
Wat zijn synoniemen van haas?
Synoniemen van haas zijn: langoor, tempomaker, gangmaker.
Hoe gebruik je haas in een zin?
Voorbeeld: “Er zat een haas in het veld.”
Etymologie
*(erfwoord) via Middelnederlands "haas" / "hase" van Oudnederlands "haso", in de betekenis van ‘haasachtige’ aangetroffen vanaf 1240
Uitdrukkingen
- Als een haas — Heel snel
- Het haasje zijn — Slachtoffer zijn, opgejaagd worden
- Weten hoe de hazen lopen — Weten hoe het er ergens aan toegaat
- Zijn naam is haas — Hij doet alsof hij van niets weet
- Wat de vos niet weet, weet de haas ook niet — Je kunt niet iets weten wat je nooit is verteld
- Je weet nooit hoe een koe een haas vangt — Voor een ogenschijnlijk onoplosbaar probleem bestaat misschien toch een oplossing
- Veel honden zijn der hazen dood — Tegen een overmacht legt men het af
- Oude hazen kennen de stroppen — Door ervaring wordt men wijzer