haat
mannelijk (de)/hat/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- sterk gevoel van vijandschapIn de brieven probeerde ik advies te geven over thema’s zoals omgaan met verlies en het vermijden van zelfmedelijden. Maar ook schreef ik mijn gedachten op over relaties, emoties, vrouwen, mannen, kinderen, verslaving, angst en haat.Het idee dat de komst van een tweede per definitie de onherstelbare onttroning van de eerste betekent, dat haat en nijd richting de kleine nieuwkomer allesbepalend zijn, blijkt vooral dat: een idee.In tegenstelling tot haat kan medelijden diep weggestopt worden.
Etymologie
*van / , in de betekenis van ‘diepe afkeer’ voor het eerst aangetroffen in 1287; gesubstantiveerde werkwoordsstam van haten
Vertalingen
Engelshate, hatred
Franshaine, seum
DuitsHass
Spaansodio
Russischненависть
Poolsnienawiść
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek