habitat

mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈhabiˌtɑt/

Wat is de betekenis van habitat?

habitat betekent: het natuurlijke leefgebied van een organisme

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. het natuurlijke leefgebied van een organisme

Voorbeelden van "habitat" in een zin

  • De bergen vormen uiteraard geen deel van de habitat van zeehonden.

Etymologie

* Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘natuurlijk woongebied’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1939

Vertalingen

Engelshabitat
DuitsHabitat
Russischсреда обитания
Chinees栖息地, 棲息地
Japans生息地
Turkshabitat