habitat

mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈhabiˌtɑt/

Wat is de betekenis van habitat?

habitat betekent: het natuurlijke leefgebied van een organisme

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. het natuurlijke leefgebied van een organisme

Voorbeelden van "habitat" in een zin

  • De bergen vormen uiteraard geen deel van de habitat van zeehonden.

Betekenis en uitleg van habitat

Een habitat is de specifieke omgeving of het leefgebied waar een organisme, zoals een plant of een dier, zich ontwikkelt en overleeft. Het omvat alle factoren die belangrijk zijn voor het leven van dat organisme, zoals voedsel, water en schuilplaatsen.

Het woord 'habitat' wordt vaak gebruikt in de biologie en ecologie om te verwijzen naar de natuurlijke omgeving van een soort. Je kunt het bijvoorbeeld gebruiken wanneer je praat over de bedreigingen voor een bepaalde soort of over het behoud van natuurgebieden. Het heeft een belangrijke nuance in milieudiscussies, waar het vaak gaat om het behoud en herstel van ecosystemen.

Voorbeelden

  • De Amazone regenwoud is een cruciale habitat voor duizenden diersoorten.
  • Door de verstedelijking is de habitat van veel inheemse vogels ernstig aangetast.
  • Wetenschappers bestuderen de habitat van koraalriffen om de impact van klimaatverandering te begrijpen.

Woordoorsprong

Het woord 'habitat' komt van het Latijnse 'habitare', wat 'bewonen' of 'verblijven' betekent.

Veelgestelde vragen over habitat

Wat is de betekenis van habitat?

habitat betekent: het natuurlijke leefgebied van een organisme

Welk woordgeslacht heeft habitat?

habitat is een mannelijk/vrouwelijk (de).

Hoe gebruik je habitat in een zin?

Voorbeeld: “De bergen vormen uiteraard geen deel van de habitat van zeehonden.

Etymologie

* Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘natuurlijk woongebied’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1939

Vertalingen

Engelshabitat
DuitsHabitat
Russischсреда обитания
Chinees栖息地, 棲息地
Japans生息地
Turkshabitat