habijt

onzijdig (het)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. kleding (kleding) pij, lange kleding gedragen door monniken en nonnen
    Meestal is een habijt donkerbruin of zwart gekleurd maar de camaldulenzers hebben een witte pij en worden de witte benedictijnen genoemd.

Etymologie

* Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘geestelijk gewaad’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1265

Vertalingen

Franshabit