halacha
mannelijk/vrouwelijk (de)/halɑˈxa/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- het normatieve, voorschrijvende deel van de mondelinge Tora
- één onderdeel uit dit normatieve deel
- de hiermee verband houdende jurisprudentie
Etymologie
* Herkomst: Hebreeuws
Vertalingen
EngelsHalacha
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek