halfvleugelige

mannelijk/vrouwelijk (de)/hɑlˈvløɣələɣə/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. dierkunde (dierkunde) benaming voor insecten uit de orde
    Rugzwemmer. Dit is een halfvleugelige, die de eigenaardige gewoonte heeft op haar rug te zwemmen

Etymologie

*: "halfvleugelig" met de uitgang -e