Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.

halfvleugeligen

/hɑlˈvløɣələɣə(n)/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een orde van insecten waarvan de soorten over de gehele wereld voorkomen. Tot de snavelinsecten behoren alle wantsen, bladluizen en cicaden. Er zijn ongeveer 80.000 soorten die in grootte verschillen van enkele millimeters tot ongeveer 15 cm
    In het Brabantse natuurgebied de Kaaistoep bleef het aantal haften stabiel, net als dat van de halfvleugeligen, waartoe onder andere luizen en wantsen horen.

Etymologie

*[2] leenvertaling van Latijn "hemiptera", gevormd met "ἡμῐ-" (hèmi-) "half-" en "πτερόν" (pterón) "vleugel"