Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.
halsberg
mannelijk (de)/ˈhɑlzbɛrᵊx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (militair) (historisch) (middeleeuwen) pantser gemaakt uit ijzeren ringetjes dat hoofd en bovenlichaam bedektDe ridders vochten een zo lange wijl,dat men intussen gaan kon wel een mijl.(…)Geen halsberg was er ooit zo hecht en goed,dat daar doorheen niet drong het rode bloed.Hij droeg een halsberg of wapenrusting van maliën, die, zijne dijen bedekkende, tot op het paard nederhing, en van mouwen voorzien was; zijn schild hing op zijn rug.
- (militair) (historisch) (17e eeuw) deel van de wapenrusting dat nek en keel beschermtDoor directe kopieën te maken naar werken van Rembrandt kreeg Flinck, net als later Bol, de kneepjes van het vak in de vingers. Maar een schitterende tronie van een jonge man met halsberg (een soort metalen kraag) toont iets van de zelfverzekerde bravoure die ook veel van zijn latere werk zou kenmerken.Commando's schalden, de trom werd geroerd, de trompet schetterde, de vlammende vaandels zwaaiden het saluut, de schaterende zon sloeg het vuur uit de lopen der blankgepoetste musketten, de getrokken degens, koperen gespen en stalen halsberg, kuras of helmet......
Etymologie
*van Middelnederlands "halsberch", op te vatten als Uit "hauberc" / "halberc" (: "haubert") is af te leiden dat "halsberg" al in het Oudnederlands voorkwam.
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek