halzen

/xxxx/

Betekenis

werkwoord
  1. ov (ov) om de hals vallen
  2. ov, voeding (ov), (voeding) inslikken, opzwelgen, verzwelgen
  3. intr, scheepvaart (intr), (scheepvaart) een schip over een andere boeg wenden
  4. intr (intr) zich inspannen, moeite doen voor iets

Etymologie

*afgeleid van hals