Ham

mannelijk/vrouwelijk (de)/hɑm/

Wat is de betekenis van Ham?

Ham betekent: (voeding) vlees van de achterkant van een varken, gebruikt als onderdeel van gerechten of als broodbeleg

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. voeding (voeding) vlees van de achterkant van een varken, gebruikt als onderdeel van gerechten of als broodbeleg
  2. anatomie, verouderd (anatomie) (verouderd) vlezige achterkant van het bovenbeen
zelfstandig naamwoord
  1. hoek aangeslibd land

Voorbeelden van "Ham" in een zin

  • Veel mensen vinden ham heerlijk.
  • Daar bevindt zich de ham.

Etymologie

*(m): (erfwoord) via Middelnederlands """ van Oudnederlands """; in de betekenis van ‘aangeslibd land’ voor het eerst aangetroffen in 694

Vertalingen

Engelsham, thigh
Fransjambon, cuisse
DuitsSchinken, Oberschenkel
Spaansjamón, jamón, pernil
Italiaansprosciutto, prosciutto
Portugeespresunto, fiambre
Turksjambon
Poolsszynka
Zweedsskinka
Deensskinke