hammondorgel

onzijdig (het)/ˈhɛmɔntˌɔrɣəl/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een elektrisch (niet een elektronisch!) orgel
    We kwamen in een bogenkelder waar een man achter een hammondorgel en een rondborstige zangeres evergreens zongen die zwommen in de echo's. Op de dansvloer zwierde een West-Duits stel op leeftijd, terwijl hun reisgenoten luidruchtig Dresden becommentarieerden.{{Aut|Bok, Pauline de
    Het is een beklemmende scène die De Jong met jazzband Bruut! oproept. Het optreden, dat het midden houdt tussen performance en jazz, heet eenvoudigweg Wilfried de Jong & Bruut!. Het feloranje kostuum van De Jong contrasteert met het zwart van de jazzmannen. De band bestaat uit sax, hammondorgel, drums en bas. Ze spelen swingend, boppend en heerlijk freewheelend, veel meer dan begeleiding alleen. Jazzliefhebber De Jong neemt de bandleden en het publiek mee op een muzikale reis.NRC Kester Freriks 6 oktober 2016

Etymologie

*(eponiem), leenvertaling van "Hammond organ", , in de betekenis van ‘elektronisch muziekinstrument’ aangetroffen vanaf 1937