handballer

mannelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. sporter die handbal speelt
    De Deense keeper Niklas Landin Jacobsen kreeg de onderscheiding voor beste handballer, zijn landgenoot Nikolaj Jacobsen werd uitgeroepen tot beste coach bij de mannen.

Etymologie

* afleiding van (nomact) handballen