handpalm

mannelijk (de)/ˈhɑntpɑlᵊm/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. anatomie (anatomie) binnenzijde van de hand
    Haar lichtblonde lokken glanzen als een stralenkrans door de donkere schaduwen van het glas, en de vrouw legt haar handpalm op de ruit.
    ' Nella zoekt in haar zak naar een gulden en legt die op zijn vuile handpalm.

Vertalingen

Engelspalm
Franspaume
DuitsHandfläche
Spaanspalma, palma de la mano
Italiaanspalmo
Turksavuç
Deenshåndflade