handstand

mannelijk (de)/ˈhɑntstɑnt/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. positie waarin je jezelf met de benen recht omhoog met de armen gestrekt langs het hoofd van de grond houdt
    Eenmaal aangekomen op de pas vermaakte ik me, net als de poedelnaakte Goldie, door foto’s te nemen terwijl we een handstand maakten met de betoverende Kings Canyon bergen op de achtergrond.