hanenveer

mannelijk/vrouwelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een van de kleurige veren van de staart van een haan
    De grote Ryszard Kapuscinski legt in een van zijn boeken uit dat de wereld waaruit deze mannen en vrouwen afkomstig zijn een karige wereld is, zozeer gespeend van materiële luxe dat aan dingen een betekenis wordt toegekend die hun materiële betekenis te boven gaat: een hanenveer kan een lantaarn worden die in de duisternis het pad verlicht, een druppel olie kan een schild worden dat kogels afweert. Het is metafysica in haar hoogste verschijningsvorm, gewrocht door de wil van de mens om deze simpele voorwerpen te zalven, te wijden en te verheffen. NRC Moses Isegawa [https://www.nrc.nl/nieuws/2002/07/12/ontsproten-aan-een-zandige-bodem-7597856-a941676 Ontsproten aan een zandige bodem]
  2. vechtersbaas, ruziezoeker
  3. bazige vrouw
  4. pronker