hangklok

mannelijk/vrouwelijk (de)/'hɑŋklɔk/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een klok die aan de muur hangt
    Twintig torenuurwerken, circa vijftien hangklokken, negentien staande klokken en daarnaast ook nog eens wekkers, horloges en zonnewijzers staan uitgestald op de eerste verdieping van de Bibliotheek Hof van Twente in Goor. Bij binnenkomst van het gebouw lijkt het stil. De begane grond van de bibliotheek is, op rekken met boeken na, leeg.Tubantia 15-SEPTEMBER-2008
    Nee, dan luister ik toch liever naar het mechaniek van zo’n grote antieke hangklok. Je hoort hoe de tandwielen in elkaar grijpen, hoe de seconden even loom als onverbiddelijk wegtikken. Laat je meevoeren door dat geluid en voordat je het weet ben je aan de beurt: ‘Dag meneer, wat mag ik voor u betekenen?’Tubantia 07-JUNI-2014

Vertalingen

Engelshanging clock, wall clock, clock