hansworst

mannelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. toneel (toneel) toneelfiguur, vergelijkbaar met Harlekijn (een personage uit de Italiaanse Commedia dell'arte)
  2. metonymisch (metonymisch) grappenmaker
  3. metonymisch (metonymisch) sufferd, belachelijk persoon

Etymologie

* Van Duits "Hanswurst", een hoofdpersonage uit de Duitse "Stegreif" blijspel-traditie, in de betekenis van ‘potsenmaker’ voor het eerst aangetroffen in 1732

Vertalingen

EngelsHanswurst, Harlequin, buffoon
FransHarlequin, bouffon, bouffon
DuitsHanswurst, Hans Wurst, Hanswurst
SpaansArlequín
ItaliaansArlecchino, buffone, buffone
ZweedsKasper