hansworst
mannelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (toneel) toneelfiguur, vergelijkbaar met Harlekijn (een personage uit de Italiaanse Commedia dell'arte)
- (metonymisch) grappenmaker
- (metonymisch) sufferd, belachelijk persoon
Etymologie
* Van Duits "Hanswurst", een hoofdpersonage uit de Duitse "Stegreif" blijspel-traditie, in de betekenis van ‘potsenmaker’ voor het eerst aangetroffen in 1732
Vertalingen
EngelsHanswurst, Harlequin, buffoon
FransHarlequin, bouffon, bouffon
DuitsHanswurst, Hans Wurst, Hanswurst
SpaansArlequín
ItaliaansArlecchino, buffone, buffone
ZweedsKasper
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek