hanteren
/hɑnˈterə(n)/
Betekenis
werkwoord
- (ov) gebruiken (met name met de handen)De jongen hanteerde het mes als een ware kok.Een pen hanteren kan voor sommige mensen lastig zijn.
- (ov) (figuurlijk) ermee omgaanDe chef kon hun kritiek niet goed hanteren.
Etymologie
* Afgeleid van het Franse hanter (12e eeuw) met betekenis 'omgaan met', dat weer afkomstig is van het Germaans,
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek