hapschaar
mannelijk (de)/ˈhɑp.sxaːr/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (informeel) politieagent, smeris, juut
Etymologie
*Ontleend aan het Franse happe-chair "agent die dieven aanhoudt" (een samenstelling van happer "vastpakken" en chair "vlees").
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek