hardhout
onzijdig (het)/ˈhɑrthɑut/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- hout afkomstig van loofbomen dat meestal (maar niet altijd!) duurzamer en harder is dan hout van naaldbomen
- hout van hoge kwaliteit meestal afkomstig van bomen uit tropische bossenTwee oudere, breedgebouwde volkstuinders die zich verhuurden als klusser braken de oude muren af tot er alleen een geraamte van staanders resteerde. Dit skelet werd opnieuw betimmerd met tropisch hardhout (ze spraken van rabathout, omdat de planken voorzien waren van bepaalde groeven en geschulpte randen).{{Aut|Valens, AntonDe cajon is een prachtig instrument: een drumkit in één kistje: bass, snare en toms, en daarnaast kun je er ook fantastisch op slappen. Mijn ervaring is dat melodische muzikanten nauwelijks besef hebben van ritme, laat staan van de verschillende ritme-instrumenten die er bestaan. De udu is van aardewerk en ook de tabla, maar een djembé heeft een konische ketel van (uiteraard) Afrikaans hardhout. Volkskrant vrijdag 13 november 2015 Els Doeland, Naarden
Vertalingen
Engelshardwood
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek