haring
mannelijk (de)/ˈharɪŋ/
Wat is de betekenis van haring?
haring betekent: (straalvinnigen) (visserij) (voeding) bepaald soort zilvergrijze zoutwatervis, geschikt voor consumptie,
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (straalvinnigen) (visserij) (voeding) bepaald soort zilvergrijze zoutwatervis, geschikt voor consumptie,
- soort pen waarmee de scheerlijnen van een tent in de bodem bevestigd worden, tentharing
Voorbeelden van "haring" in een zin
- Een miezerig jongetje is tegen een visvrouw met een mand vol koopwaar aan gerend, en een halfdode haring glibbert over de brede voorkant van haar rok naar beneden.
- Ik kroop mijn tent uit en verzette nogmaals alle haringen om zo nog minder in de weg te staan.
Etymologie
*via Middelnederlands "harinc" van Oudnederlands "harink", in de betekenis van ‘beenvis’ aangetroffen vanaf 1101
Uitdrukkingen
- Ergens haring of kuit van willen hebben — Van alles precies willen weten hoe het in elkaar steekt, ergens duidelijkheid en/of uitsluitsel over willen
Vertalingen
Engelsherring
Franshareng
DuitsHering
Spaansarenque, puntal
Italiaansaringa
Portugeesarenque
Poolsśledź
Zweedssill
Deenssild
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek