hark
mannelijk/vrouwelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (gereedschap) tuingereedschap aan lange steel, met een reeks tanden aan de onderzijdeHet verwijderen van bladafval kan met een hark, maar zorg er wel voor dat de bladeren droog zijn.[http://www.heidehoeve.com/uw-gazon/gras__-en-bladafval Gras- en bladafval], heidehoeve.com
- iemand die zich stijf gedraagtWees niet zo'n hark en stel je eens wat flexibeler op!
Etymologie
* In de betekenis van ‘tuingereedschap’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1420
Vertalingen
Engelsrake
Fransrâteau
DuitsHarke, Rechen
Spaansrastrillo
Italiaansrastrello
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek