harpspeler
mannelijk (de)/ˈhɑrᵊpˌspelər/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (muziek) (beroep) iemand die een harp bespeeltIk mag dus, met een gerust geweten, neerschrijven dat de harpspeler plechtig nader schreed. Op zijn bestemming aangekomen, plaatste hij een vouwstoeltje tegen een zuil, ontdeed de harp van zijn harphemd, vouwde dit kledingstuk met zorg zo dat het een kussentje vormde en plaatste dit op het vouwstoeltje tegen de zuil.
Etymologie
*van Middelnederlands "harpspeelre", op te vatten als
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek