hartklep
mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈhɑrtklɛp/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (anatomie) hartweefsel in de vorm van een vlies dat samengetrokken door een spiertje terugstromen van het verder gepompte bloed tegengaatIk weet ongeveer wat er aan de hand is: een hartklep die niet goed sluit, dus ik neem nauwkeurig mijn pillen en meld mij ieder half jaar bij de poli cardiologie.
- (techniek) doorlaatbare afsluiting onderin een pomp die het terugstromen van de opgepompte vloeistof verhindertDe hartklep wordt omwikkeld met hennep en dat hennep werd vroeger met potvet ingesmeerd, zodat de klep goed sloot.
Vertalingen
Engelsheart valve, check valve
Fransvalve cardiaque
DuitsHerzklappe, Einlassventil
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek