hartkramp

mannelijk/vrouwelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. hartaandoening die pijn op de borst veroorzaakt
    Magnus viel niet, braakte niet, hallucineerde niet, kreeg geen hartkramp, stierf niet.
    De thuiszorgmedewerkers komen gelukkig nog bij haar moeder langs, vertelt Bloem, maar ze zijn sinds de virusuitbraak wel bang en extra voorzichtig geworden. Naast Alzheimer heeft haar moeder last van hartkramp en moet daarvoor iedere dag medicijnen slikken. "Doet ze dat niet, dan krijgt ze hevige pijnen."

Vertalingen

Engelsspasm of heart