haspelaar

mannelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. iemand die alles door de war haalt; een onhandig persoon
    Al is zijn taal aanmerkelijk soberder en veel minder virtuoos dan die van Brakman, toch valt een zekere verwantschap op. Net als Brakman heeft hij oog voor bizarre details en oor voor mooie woordgroepen als 'nijvere overdaad', 'waggelende haspelaars of 'een ontredderd buurschap'. NRC Janet Luis 4 januari 1991 [https://www.nrc.nl/nieuws/1991/01/04/montere-verhalen-van-p-f-thomese-zelfs-een-slager-6952040-a717512 Montere verhalen van P. F. Thomese; Zelfs een slager kan er geen wijs uit worden]

Etymologie

* van haspelen